Mossel

Nederland is een van de grootste mosselproducenten ter wereld. De piepkleine mosseltjes, die men merkwaardigerwijs ‘mosselzaad’ noemt, worden voor de kust van Zeeland opgevist en naar de Waddenzee gebracht om in alle rust op de bodem verder te groeien. Een gedeelte wordt aan touwen of andere attributen opgehangen. Dit noemt men “hangcultuur” met “hangmosselen”.
Als ze groot genoeg zijn worden ze weer opgevist en naar de mosselpercelen in de Oosterschelde bij Yerseke gebracht om te ‘verwateren’. Vroeger waren er alleen mosselen te koop als er een ‘R’ in de maand was. Dat had alles te maken met het transport. De mosselen zijn in juli voor consumptie gereed maar die periode was te warm om de mosselen naar de Randstad of naar België te vervoeren. Tegenwoordig, met de gesloten koelketen van schip tot winkel, kan men de mosselen al in de zomer kopen. Mosselen kan men, net als oesters, rauw eten alhoewel het wel een karwei is om de schelpen stuk voor stuk met een scherp mes open te maken. Eenvoudiger is het om de mosselen kort te koken. Zodra de schelp open gaat is de mossel klaar om opgediend te worden. Zij hebben dan nog de frisse, zilte smaak. Als men mosselen te lang laat koken worden ze taai en donkerbruin. Ondanks - of misschien wel dankzij - het feit dat mosselen steeds duurder worden ziet men ze steeds vaker op de menukaart. Logisch want het is een snelle en makkelijke margemaker. Vet 1%; eiwit 13%

Turbomossel
Deze turbomossel is beeldbepalend voor het mosseldorp Bruinisse


Terug naar hoofdindex
Terug naar horeca
Terug naar alle weetjes over alle vissen

Copyright ©, Schmidt Zeevis Rotterdam B.V.