|
Verwijder de ingewanden van de vissen. Spoel de vissen af onder de koude kraan en dep ze dan droog. Snij de koppen, staarten en vinnen af. Kerf
met een mes langs de middelgraat en maak daarna de filets voorzichtig los. Verwijder de kleine graten met een pincet. Leg de filets met het vel omlaag op een snijplank en steek een scherp mes tussen vel
en vlees. Trek de filets in één haal los van het vel. Snij de filets vervolgens in stukken.
Pel de garnalen deels: laat de staartpunten en het laatste stukje van het pantser zitten. Verwijder dan het darmkanaal uit de garnalen.
(Dit alles kunt u natuurlijk ook uw visboer laten doen!!!).
Halveer 1 chilipeper, verwijder het zaad en de zaadlijsten en hak de chilipeper fijn. Schil de gember en snij hem in dunne plakjes.
Verhit de olie in een koekenpan en fruit hierin de ui, knoflook en chilipeper kort. Voeg dan de gember en rijst toe en schep de rijstkorrels om
met het vet tot ze glanzend zijn. Voeg de kurkuma en peperkorrels toe en schenk de helft van de fond erbij. Snij de bananenbloem overlangs in vieren en voeg de stukken bloem eveneens toe. Laat alles
afgedekt 20 minuten zachtjes sudderen. Voeg de rest van de fond toe en laat inkoken tot de rijst de gewenste consistentie heeft. Pel de bananen en snij ze in schijfjes van 2 cm dik. Halveer de
resterende chilipepers en verwijder het zaad en de zaadlijsten.
Verhit de olie en bak hierin de stukken vis en de garnalen 2-3 minuten. Schep de vis en garnalen door de rijst. Bak de schijfjes banaan en de
chilipepers om de beurt. Schep de banaan door de rijst. Maak op smaak met peper en zout.
Garneer de rijstschotel met de gebakken chilipepers en koriander en dien op.
|