|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Een gemiddelde consument zal echter geen verschil proeven. Al in 1993 werd gekweekte tarbot verkozen boven wilde tarbot tijdens de internationaal gerenommeerde Bocuse d’Or wedstrijden. Inmiddels hebben verschillende 'blinde' smaaktesten aangetoond dat er geen verschil bestaat tussen kweek- en wilde tarbot. Vandaar dat Schmidt Zeevis, afhankelijk van aanvoer en afslagprijzen, soms de voorkeur geeft aan aan kweektarbot. Europese tarbot (Scophtalmus maximus of Psetta maxima) wordt van oudsher als bijvangst aan land gebracht. Omdat de vis niet in scholen leeft, kan er niet doelgericht op worden gevist. De Nederlandse kotters zijn binnen Europa de belangrijkste aanvoerders van deze zeer gewaardeerde consumptievis. De Noordzee raakt echter leger. Al vele jaren is er minder wilde tarbot, wat zich vertaalt in het aanbod van steeds kleinere maten. De kweek van tarbot heeft de afgelopen 15 jaar een belangrijke bijdrage geleverd om aan de stijgende vraag te voldoen. Jaarlijks bedraagt het aanbod gekweekte tarbot nu ongeveer 5.000 ton (ca. 40 procent van het totaal). Het grootste deel van de kwekerijen is te vinden langs de Noord-Spaanse kust. In Noord-Europa zijn klimaat en zeewatertemperatuur niet ideaal. Fish Farm Yerseke (FFY) maakt daarom, als één van de weinigen in de sector, gebruik van zogenaamde recirculatie-technieken. Het water in de kwekerij wordt intern rondgepompt en gezuiverd. Dit biedt een aantal belangrijke voordelen. De interne waterzuivering in de kwekerij staat garant voor een continue optimale waterkwaliteit voor de vissen. Het leefklimaat is het gehele jaar door stabiel, wat de algehele conditie van de vis versterkt, inclusief de weerstand tegen ziekteverwekkers. Nederland heeft jarenlang voorop gelopen wanneer het ging om produktie- en efficiëntie-verhoging in de agrarische sector. De viskweek is een jonge sector die lering kan en moet trekken uit de opkomst van de intensieve veehouderij gedurende de jaren zeventig en tachtig, met alle negatieve aspecten die daaraan verbonden waren. Niemand zit te wachten op een nieuwe vorm van bio-industrie. FFY richt zich dan ook nadrukkelijk op de kweek van vis waarbij rekening wordt gehouden met milieu en dierenwelzijn. Waterkwaliteit is daarbij van het grootste belang, maar ook de relatief lage dichtheden die worden gehanteerd en het aanbieden van lig- en schuil-terrassen in de bassins, benadrukken de diervriendelijke, maatschappelijk verantwoorde methoden die worden toegepast. Het voorkomen van ziekten met behulp van preventieve vaccins die de vissen in hun jongste levensstadia krijgen toegediend, is ook van groot belang voor het welzijn van de vissen. Het doden van vis is sinds enige jaren speerpunt in het onderzoeksbeleid vanuit Brussel (EC). FFY werkt nauw samen met het RIVO (Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek), voorloper op dit gebied binnen Europa. Doel is de ontwikkeling van de meest humane methode, waarbij de kwaliteit van het eindprodukt niet of positief wordt beïnvloed. Aan voedingsmiddelen zoals vis worden vandaag de dag hoge kwaliteits- en veiligheidseisen gesteld. FFY werkt met geavanceerde controle- en registratiesystemen, waarmee de veiligheid van het eindprodukt voor de consument continu wordt bewaakt. De traceerbaarheid van iedere afgeleverde vis is zelfs terug te voeren tot de ouderdieren waaruit de vis is ontstaan. Door de enorme kennis die inmiddels is opgebouwd wordt een gegarandeerde en constante kwaliteit tarbot geleverd. De kwaliteit van tarbot uit de vrije natuur is meer variabel, omdat de vis afhankelijk is van het beschikbare voedsel en de natuurlijke omstandigheden, de leefomgeving en het moment van vangst. Van wilde tarbot is de levensloop niet bekend en controle op het voedsel van de vis en de diergezondheid is niet of nauwelijks mogelijk. De paaitijd van wilde tarbot duurt van april tot augustus. In deze periode is de tarbot kwalitatief minder. Kweektarbot heeft geen last van kwaliteitsverlies door kuitziekte, omdat het klimaat in de kwekerij altijd gelijk is waardoor de vis niet of veel later geslachtsrijp wordt. De tarbot maakt bijzonder efficiënt gebruik van diervoeder. Om 1 kg te groeien heeft een tarbot ongeveer 1,1 kg voer nodig. Omdat tarbotten roofvissen zijn, bestaat het voer voor het grootste gedeelte uit vismeel en visolie, en wordt samengesteld uit vissoorten die normaal gesproken niet zijn bestemd voor menselijke consumptie. Rest nog te vermelden dat een aantal soorten vis (zalm, zeebaars) wordt gekweekt in net-kooien in open zee. Hier speelt de problematiek van ontsnappingen en het effect hiervan op de natuurlijke populaties. Ontsnapping van tarbot uit de recirculatie-systemen van FFY, is niet aan de orde. De kleine diameter van de afvoerbuizen en de behandelingsmethode van het spuiwater, maken dit fysiek onmogelijk. |
|
|
|||||||
Copyright ©, Schmidt Zeevis Rotterdam B.V. |
|||||||